1.
1. Wat zeg je als je iemand voor het eerst ontmoet?
2.
2. Wat is het meervoud van het woord 'Boek'?
3.
3. Hoe reageer je op de vraag: "Hoe gaat het?"
4.
4. Welk persoonlijk voornaamwoord hoort bij de zin: "____ drink water" (I drink water)?
5.
5. Welke dag komt na 'Maandag'?
6.
6. Welk van de volgende woorden is een kleur?
7.
7. Wat is het getal 'Acht'?
8.
8. Hoe vertaal je: "The house is big"?
9.
9. Wat is de ontkenning in de zin: "Ik begrijp het ____" (I don't understand it)?
10.
10. Wat bestel je als je "Koffie met melk" vraagt?